You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Achter in dit nummer vindt u een overzicht van wat u in de eerste jaargang van dit Tijdschrift heeft kunnen lezen. Dat zijn twaalf artikelen, zestien andere bijdragen en een aantal reacties en mededelingen. Het redactiewerk daarachter is aanzienlijk geweest. In 1994 kwamen er negen artikelen binnen, in 1995 tot op heden (10 oktober) tweeëntwintig. Alle twaalf gepubliceerde artikelen zijn eerst in tweede versie geaccepteerd, waarbij voor de overgrote meerderheid een vrij forse bewerking is gevraagd - lang niet altijd tot genoegen van de auteurs, zoals mét genoegen bij Vandermeersch is te lezen. Van de overige negentien zijn de meeste in bewerking voor publikatie. Nu haar procedures uitgekristalliseerd raken en het meeste werk zit in het schriftelijk beoordelen van de geanonimiseerde manuscripten, heeft de redactie haar vergaderfrequentie kunnen verminderen. In het begin kwam ze maandelijks bij elkaar, nu groeit de praktijk naar één vergadering per kwartaal.
In Nederland werken vierhonderdvijftig als zodanig georganiseerde analytici en analytische psychotherapeuten en in Vlaanderen honderdveertig. Deze verhouding is niet af te lezen aan de hoeveelheid artikelen in ons Tijdschrift. Precies de helft van de bijdragen kwam uit Vlaanderen. Kijken we naar alle ingezonden artikelen, dan waren het er veertien van Vlaamse en zeventien van Nederlandse auteurs. In Nederland is het ijs tussen potentiële auteurs en het Tijdschrift nog niet geheel gesmolten. De stroom van onbekende en bekende inzenders is daar nog aan de zuinige kant. Het lijkt of ons Tijdschrift - dat in ligt tussen het avontuur en de roep van de Grote Internationale Tijdschriften en de beslotenheid van het eigen Mededelingenblad - nog niet voldoende vertrouwd is om zich daarin te laten zien. Het is een punt dat de volle aandacht van bestuur en redactie heeft.
In Nederland opgeleid, verbaas ik me erover dat bij de helft van de bijdragen lacaniaanse begrippen als geheel vanzelfsprekende bron van inspiratie dienen. Vl