You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Welgemoed, enigszins nieuwsgierig en niets vermoedend begon ik aan een nieuwe analyse. Tot mijn grote verbazing voelde ik me binnen een paar dagen onderhuids getergd, had ik zin haar na te bauwen en overwoog ik zelfs of zij niet beter af zou zijn met een andere therapeut. Ik voelde me verward en ook lichtelijk gekrenkt; dit was me in ruim twintig jaar nooit eerder gebeurd. Er moest iets veranderen; ik had te weinig ruimte om me in patiënte en haar angsten te verplaatsen.
Wat was er aan de hand? Nadere observatie en zelfobservatie waren aangewezen. Hoe waren de uren tot nu toe eigenlijk verlopen? Na veel vijven en zessen in het kennismakingsuur over de afspraken, ging ze, zoals ze vermeldde, met kloppend hart liggen. Nee, op dit kussen lag ze niet zo lekker en kon het gordijn misschien ook een beetje dicht, want het licht was zo schel. Ze zag de afhankelijkheid ‘als een berg’ voor zich liggen.
Temidden van veel stiltes vertelde ze dat ze het allemaal héél goed wou doen. Ze zag ertegenop zich te laten zien omdat ze bang was dat het niets voorstelde en ze zich zou schamen. Ze kon pas iets laten zien als ze zich echt héél erg vertrouwd voelde.
Aan het eind van het eerste uur leek ze langzaam te ‘ontwaken’. De volgende dag kon ze herkennen dat ze zich erg teleurgesteld had gevoeld en had gedacht: ‘Dat was het dan.’
Er waren steeds veel stiltes, waarin ze zich moeilijk uit liet nodigen. Ze vertelde dat ze bang was niet normaal te zijn. Haar familie, die uitgebreid bekend was met psychiatrische bemoeienissen, waarschuwde haar voor deze onderneming en voor therapeuten die het steeds maar weer af laten weten. Ze spraken hun afschuw uit over het feit dat ze jarenlang alle beslissingen zou moeten voorleggen aan een ander, de therapeut.
Ze was nog niet zo lang geleden kort in therapie geweest bij een therapeut die heel belangrijk voor haar was geworden. Net toen ze aan zijn voeten wou kruipen, overleed hij. Had zij hem overbelast en zou ik steviger zijn? Ze sprak zichzelf moed in do