You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In november 1992 is in Groningen een confe-rentie gehouden om het hoofdwerk van Marthe Robert te bespreken. Daar ontstond het initiatief om vanuit de gehouden voordrachten het boek Fathers and Mothers in Literature samen te stellen. In dit verzamelwerk schrijven 24 auteurs een bijdrage over een thema dat nadere toelichting vraagt. De redacteurs leggen in het voorwoord uit dat deze bundel een ‘hommage’ is aan het boek van Marthe Robert Roman des origines et origines du roman , in de Engelse vertaling uit 1980 Origins of the Novel geheten. In haar boek noemt Robert 1719 als de ontstaansdatum van de moderne roman. Overigens komt het woord ‘roman’ van het in het Romaans - de Franse volkstaal - geschreven vers in de middeleeuwen, later het in proza geschreven verhaal van grotere omvang. Robert baseert haar onderzoek vooral op de avonturenroman van Defoe: Robinson Crusoë, de parodie daarop van Cervantes: Don Quichot en op Madame Bovary, de liefdesroman van Flaubert. Daarnaast bestudeert ze auteurs als Stendhal, Dumas, Zola, Dickens, Tolstoi, Kafka, Proust, Beckett en anderen.
Op grond van dit onderzoek komt Robert tot de veronderstelling dat romans naar oorsprong zijn te onderscheiden in twee groepen. De eerste groep heeft een ‘oedipale’ of ‘bas-taard’ genese. In deze romans wordt het beeld van de moeder intact gelaten, dat van de vader genegeerd. Jonge helden gaan de wereld in en danken hun succes aan de liefde van een vrouw die de moederfiguur vertegenwoordigt. Ze nemen de plaats van de vader in.
In de tweede groep is de hoofdpersoon een ‘vondeling’; Robert noemt de plot van deze romans pre-oedipaal. Voorbeelden daarvan zijn de sprookjes zoals bijvoorbeeld van Grimm en werk van auteurs als Kafka en Beckett. In hun werk is de dagelijkse realiteit omgevormd en de vader- en moederfiguur zijn droom- en fantasiefiguren. Vaak zijn beide groepen in romans vermengd.
Robert ging bij haar onderzoek uit van Freuds ‘familieroman’. In de eerste bijdrage gaat Henk Hillenaar hierop in. U