You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
R. Vandenborre is psycholoog, verbonden aan de Universitaire Dienst voor Geestelijke Gezondheidszorg van de Vrije Universiteit Brussel en psychoanalytisch psychotherapeut bij de Belgische School voor Psychoanalyse.
De Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie organiseerde op 24 november 1995 haar zevende studiedag in het congrescentrum van het Universitair Psychiatrisch Centrum Kortenberg met als thema Het interne en het externe gezin in psychoanalytische therapie.
In zijn welkomstwoord nodigde voorzitter Eric Claes uit tot de overbrugging van diverse spanningsbogen: die tussen systeemtherapie en psychoanalyse, tussen de kindersectie en de volwassenensectie van de WPT en tussen intern en extern gezin.
Alice Andries legde de nadruk op enkele actuele controversen. Ze haalde Massons kritiek aan op Freuds ommezwaai naar de verleidingstheorie, waarbij psychische stoornissen niet meer verklaard worden door vroegere trauma's maar door fantasieën. In het werk met gezinnen raakt het theoretisch kader van een psychoanalytisch psychotherapeut gemakkelijk in het gedrang omdat het moeilijker is om de aandacht vast te houden en om projectieve identificaties te ‘containen’. De tegenoverdracht wordt ook meer uitgeageerd. En net daar schuilt volgens Andries de therapeutische winst: patiënten merken dat de therapeut geraakt is en worstelt … om uiteindelijk in ‘containment’ te slagen. Dit helpt patiënten bij hun proces van introjectie.
Met deze inleiding was het pad geëffend voor Martine Sucaet en Hubert Stiers, beiden opleiders in kinderpsychotherapie aan de KU Leuven. In haar lezing De poppen aan het dansen voor het spel begint belichtte Sucaet op zeer heldere en didactische wijze de ambivalentie van de ouders tegenover een therapie bij hun kind. Ze wees erop dat de ouders zelden om een therapie vragen, eerder verwachten zij een - pedagogisch - advies. Sucaet creëert daarom in de eerste gesprekken ruimte om de hulpvraag te analyseren. De rol van verwijzers komt ter sprake en er