You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Bijna twintig jaar lang had de Bion-fan geen andere sleutel dan twee dunne boekjes ter beschikking om de donkere en sombere maar fascinerende gedachtenwereld van zijn idool te ontsluiten. Er was het boekje van de Spaanssprekende analytici rond Leon Grinberg en het derde deeltje van The Kleiman Development van Meltzer (1978). Her en der was er nog wel een inleidend artikeltje te vinden, maar verder was er niets. Nochtans moet de ‘fanclub’ een respectabel aantal leden bevatten. Die indruk krijgt men althans als men erop let hoe internationaal steeds vaker naar Bion als de bewonderde inspiratiebron wordt verwezen. Al die verwijzingen hielpen natuurlijk ook om de ‘Bionlogie’ toegankelijker te maken. En natuurlijk zijn er na de introducties van Meltzer en van Grinberg nog een aantal publikaties geweest van lezingen, seminaries en discussies waarin Bion zelf hulp geboden heeft bij het exploreren van zijn oeuvre. Anderzijds verscheen na de publikaties van Grinberg en Meltzer de roemruchte trilogie A memoir of the future (, 1977, ), gepubliceerd in Bions eigen beheer. Deze ‘roman’ zorgde voor een nieuwe, met verstomming slaande en tot op heden niet begrepen en verteerde puzzel.
Maar nu is er dus ook het driehonderd bladzijden dikke, in kleine lettertjes gedrukte, boek van Bléandonu, dat al enkele jaren eerder ter beschikking was van fans die het Frans beheersen. Dat deze inleiding uit Frankrijk komt, is een merkwaardig feit, waarover Engelstalige recensenten hun verbazing en ambivalentie niet onder stoelen of banken steken (Hinshelwood in zijn voorwoord op het boek; O'Shaughnessy 1995).
Het is vreemd dat er niet reeds meer boeken over Bion zijn verschenen. Over Winnicott zijn al heel wat systematische studies geschreven. Wat Klein betreft is de behoefte van de markt volledig bevredigd door de werken van de twee Segals, Hanna (1964, 1979) en Julia (1992), en de lijvige, qua interpretaties op bepaalde punten bekritiseerde maar academisch competente biografie van Grossk