You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Ruim honderd analytici uit een zestiental landen waren naar deze derde EPF-conferentie in Amsterdam gekomen om te praten over het bovengenoemde thema. De opzet van de conferentie bestond uit drie inleidingen met elk één discussiant. Daarnaast waren er parallelle discussiegroepen, één plenaire discussie en één paneldiscussie onder leiding van Betty Joseph (Londen).
De externe realiteit van een zonovergoten en stralend Amsterdam weerspiegelde zich in de interne realiteit van de conferentie: stimulerende verhalen, glasheldere en eerlijke discussies in een open en collegiale sfeer; kortom een verademing.
In haar openingsvoordracht maakte Terttu Eskelinen de Folch (Barcelona) duidelijk hoe belangrijk de kwaliteit van de wisselwerking tussen psychische werkelijkheid en externe werkelijkheid is voor de mentale ontwikkeling. De beide realiteiten zijn verstrengeld, zoals zichtbaar wordt in het proces van representatie. De psychische realiteit, ‘the airy nothing’, zoals Shakespeare die noemde, behoeft de percepties van de externe werkelijkheid om deze te kunnen representeren. Het omgekeerde is evenzeer nodig. Als de extern waargenomen werkelijkheid niet resoneert in de emoties en fantasieën van het individu, in zijn mentale ervaring, dan blijft zij onwerkelijk. De psychische realiteit wordt ‘darstellbar’ door middel van de perceptie van de externe realiteit. In de analytische setting wordt de mogelijkheid om de psychische realiteit een externe werkelijkheid te laten worden gefaciliteerd door de overdrachtservaring. De archaïsche ‘internal world’ wordt overgedragen in de relatie met de analyticus.
In de psychoanalyse van kinderen kunnen we heel in het bijzonder aan de hand van zeer concrete onbewuste fantasieën van het kind ervaren hoe de primitieve, vroege innerlijke wereld van het kind eruitziet. En hoe het kind soms niet bij machte is een duiding te accepteren of zelfs maar aan te horen, omdat de analyticus door het kind wordt gezien als één van zijn angstaanjagende innerlijke