You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Met dit nummer sluiten we de tweede jaargang van het Tijdschrift voor Psychoanalyse af. Er waren in de eerste jaargang twaalf artikelen, acht verslagen, acht boekbesprekingen en acht andere bijdragen. Dit jaar heeft u kunnen aantreffen elf artikelen, negen verslagen, zestien boekbesprekingen en negen andere bijdragen. Dit jaar begon ook de nieuwe rubriek Vignetten, fors ingezet in nummer 1 en daarna voorzichtig uitlopend in dit nummer. Nu ik dit schrijf (15 oktober) zijn er dertien artikelen ontvangen, waarvan er inmiddels vijf zijn geaccepteerd.
Het past mij niet om een inhoudelijk oordeel te geven over ons eigen product, wel mag ik een eigen indruk geven en die is dat de levendigheid is toegenomen. Boekbesprekingen komen spontaan binnen, de academie wordt afgewisseld met de kliniek. Nederland laat ook meer van zich horen. Het is niet uit chauvinisme dat zulks me verheugt, maar in het besef dat ons blad stevig moet wortelen in alle eraan participerende verenigingen. We hebben onze mini-affaire gehad rond Brief aan mijn analyticus. De ontknoping daarvan vindt u in dit nummer. Ineens bleek ons Tijdschrift meer gelezen en gezien te worden dan we wisten. Dat deed ons goed.
In de afsluiting van de vorige jaargang schreef ik al: ‘Wat is de reden dat er zo weinig gevalsmateriaal wordt ingezonden? De officiële reden is de discretie, die inderdaad een centrale waarde in ons werk is.’ Het bestuur van het Tijdschrift heeft daarop besloten een conferentie te organiseren voor besturen, opleiders en mogelijke publicisten van alle participerende verenigingen over het onderwerp ‘Discretie’. Het werd een openhartige bijeenkomst in het Utrechtse Stadskasteel Oudaen. Een verslag hiervan vindt u in dit nummer. In de volgende jaargang hopen we de lezingen te publiceren. De bijeenkomst was goed bezocht, maar het zou voller zijn geweest als we niet de onverwachte concurrentie hadden gehad van de oratie van prof. dr. Harry Stroeken, het Genootschapslid dat precies op dat moment hoogleraar g