You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Op 27 september 1996 werd voor een daartoe uitgenodigd gezelschap een symposium gehouden over Discretie in de omgang met patiënten en de gevolgen daarvan voor wetenschappelijke publicaties.
In zijn openingswoord gaf Hans Reijzer een toelichting op de keuze van het thema: discretie ten aanzien van patiënten is vanzelfsprekend, maar er is een probleem ontstaan toen er ten behoeve van de financiers gerapporteerd moest worden en toen de patiënt van zijn recht op inzage in het dossier gebruik ging maken. De noodzaak van wetenschappelijke publicaties over het klinisch werk roept een spanningsveld op: hoe kun je de wetenschap dienen zonder het vertrouwen van de patiënt te schaden?
Een daarmee verwante vraag, die naar aanleiding van de onlangs gepubliceerde Brief aan mijn Psychoanalyticus aan de orde kwam, is in hoeverre discretie ten aanzien van de analyticus gewenst is; op deze vraag is in de discussie niet ingegaan.
In de drie inleidingen op het thema werden verschillende aspecten belicht en tegengestelde standpunten ingenomen.
Jos Corveleyn ging in zijn voordracht Discretie in diskrediet in op de diverse betekenissen van discretie, waarbij hij vooral aandacht besteedde aan discretie als onderscheidingsvermogen, begrip. Het vermogen tot deze vorm van discretie, die in de katholieke kerk een voorwaarde is om deel te nemen aan de sacramenten, en waarover zesjarigen al zouden beschikken, ontbreekt volgens Corveleyn helaas in veel zogenaamd wetenschappelijke publicaties over Freud. Hij ging uitgebreid in op de cultuurgeest, die snelle en onzorgvuldige publicaties stimuleert en noemde hierbij de dwang van de universiteiten om veel te publiceren en de neiging om een degelijke argumentatie te vervangen door bekentenissen, de rechtvaardiging van ‘ik heb het meegemaakt, dus is het algemeen geldend’. Hij vroeg zich af of het een taak is van het Tijdschrift voor Psychoanalyse om dit soort onzin en halve waarheden te weerleggen en hij pleitte voor meer intellectueel doordenken van empir