You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In de zomer van 1994 ontmoetten psychoanalytici en literatuurwetenschappers elkaar voor de negentiende keer in Freiburg om over de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van psychoanalyse en literatuurwetenschap van gedachten te wisselen. Het thema psychoanalyse en literatuur(wetenschap) blijkt voor menig literatuurwetenschapper, maar ook voor menig psycholoog, nog steeds een heet hangijzer te zijn. Een reden hiervoor zou kunnen zijn dat zowel de theorie als de praktijk van de freudiaanse psychoanalyse in onze tijd nog steeds omstreden is. Juist de popularisering van de psychoanalyse versterkt de reeds bestaande misvattingen over de psychoanalyse. Bovendien wekken nieuwe en vooral kortere therapieën de indruk, dat de klassieke analyse achterhaald zou zijn. Aan de andere kant is het de complexiteit van haar theorie die het voor de literatuurwetenschapper onmogelijk maakt, de psychoanalyse als metawetenschap voor zijn eigen vak op waarde te kunnen schatten. Dit soort bedenkingen leidt steeds weer tot een discussie over de vraag of dieptepsychologische interpretatie van literaire teksten wel wetenschappelijk te noemen is.
Het op een na laatste deel in de serie Freiburger literaturpsychologische Gespräche bundelt de bijdragen van de Freiburger ‘Arbeitstagung’ van 12 - 14 mei 1994, die gehouden werd onder het motto Psychoanalyse und die Geschichtlichkeit von Texten. Het doel van de conferentie was - zoals de redacteurs in hun voorwoord schrijven - tweeledig: ten eerste zou getracht worden een antwoord te vinden op de vraag, of psychische structuren die uit een ver verleden stammen heden nog analyseerbaar zijn. Ten tweede zou kritisch worden gekeken naar de vraag, of er zonder meer van uit kan worden gegaan dat het psychische door de eeuwen heen onveranderlijk is. Met andere woorden: in de discussie staat dus één van de oudste vooroordelen centraal waar de psychoanalyse mee te kampen heeft, namelijk het verwijt dat zij ahistorisch zou zijn.
Van de voordrachten die in de verz