You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In het artikel Brief aan mijn psychoanalyticus wordt door een anonieme auteur casu quo ex-analysant verslag gedaan van een voor haar onbevredigend verlopen psychoanalyse, die plaatsvond in de tweede helft van de vijftiger jaren. In dit artikel worden enkele onderwerpen aan de orde gesteld, zoals de invloed van de supervisor op het psychoanalytisch proces en het wel of niet meedelen aan de patiënt dat de analyticus in feite een analyticus in opleiding is die het vak aan het leren is en daarin wordt begeleid door een ervaren collega.
Dit zijn belangrijke onderwerpen, die zeker meer aandacht verdienen dan ze tot nu toe hebben gekregen. Tegen de wijze waarop dit artikel tot stand is gekomen, heeft het bestuur echter fundamentele bezwaren.
Zoals in het artikel te lezen valt, heeft de auteur casu quo ex-analysant de aantekeningen van haar psychoanalyticus over haar analyse verkregen via een lid van de NVPA. De auteur/ex-ana-lysant kreeg de gegevens van haar nieuwe therapeute, die zelf - in verband met de omvang - deze gegevens slechts ten dele had bestudeerd. Uit het artikel wordt niet duidelijk dat hiervoor toestemming was gevraagd bij de betreffende analyticus. Bij navraag onzerzijds bleek dit niet te zijn gebeurd.
Deze manier van handelen keurt het bestuur af, en wel om drie redenen.
Ten eerste: opgevraagde gegevens mogen nooit zonder toestemming van de eigenaar (in dit geval de psychoanalyticus) aan derden worden doorgegeven; ook niet aan de persoon over wie deze gegevens gaan.
Ten tweede: de verstrekker van de gegevens dient toestemming te geven voor inzage door de patiënt. Het verdient de voorkeur dat hij zelf aanwezig is bij de lezing zodat er een mogelijkheid van toelichting en gesprek is. Persoonlijke werkaantekeningen vallen hierbuiten. Deze zijn niet voor inzage bedoeld. Dus er moet een scheiding worden gemaakt tussen officieel dossier en gespreks- en supervisieverslagen. Ten derde: er is sprake van een grote onzorgvuldigheid ten opzichte van de patiënt als de gegev