You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Ere wie ere toekomt! Dat was het motto voor het symposium dat op 13 april jongstleden als verjaarsgeschenk voor Niek Treurniet werd georganiseerd. Collega-analytici, zowel van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse als van het Nederlands Psychoanalytisch Genootschap, waren in groten getale naar de mooie entourage van de Olofskapel in Amsterdam gekomen om het feest op te luisteren. Zoals de voorzitter van de Vereniging, mevrouw Duveken Engels, in haar openingstoespraakje opmerkte, was Treurniet net zo nieuwsgierig geweest naar het programma van deze dag als een jongen op zijn zevende verjaardag naar de inhoud van zijn mooi verpakte cadeau. Ook had hij niet geschroomd om via lagen en listen te achterhalen wat de anderen van plan waren.
Han Groen-Pakken pakte als eerste uit door de betekenis van Treurniet voor de psychoanalyse in Nederland te schetsen. Ze vermeldde dat zijn zeventigste verjaardag nagenoeg samenviel met het vijfentwintigjarig jubileum als opleidingsanalyticus. Treurniet heeft de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse en de International Psychoanalytical Association (IPA) in vele functies gediend en doet dat nog steeds. Meer nog dan de functionaris Treurniet stond echter op 13 april de analyticus Treurniet centraal. De inhoudelijke betekenis van zijn analytische werk ligt vooral op het terrein van de vroege stoornissen, waar hij zich ferm positioneerde tegenover Kohut. Daar waar hij meeging met Kohut in de beklemtoning van een empathische grondhouding, bekritiseerde hij Kohut in zijn relatieve verwaarlozing van de rol van driftmatige processen. Groen-Prakken verhaalde een anekdote over een voordracht van Treurniet zo'n twintig jaar geleden. Toen ze na afloop zei dat het een goed verhaal was, zei een oudere collega: ‘Ja, maar het moet nog wel wat verder rijpen.’ Of deze opmerking Treurniet ooit ter ore is gekomen blijft onvermeld, feit is wel dat hij er zich braaf aan gehouden lijkt te hebben! Immers, zijn bibliografie begint pas in 1980 (hij was