You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Begrenzingen, eigen aan de psychotherapeutische praktijk, maken dat reeds lang geplande therapeutische sessies soms voorrang krijgen op deelname aan interessante studiedagen. Dankzij de bespreking van zo'n studiedag (Slijper 1995) kan men achteraf toch nog wat meepikken van de opmerkelijkste ideeën die er verkondigd zijn en een indruk krijgen van de sfeer die er heerste. Maar juist omdat zo'n verslag slechts een impressie weergeeft, blijft de afwezige meestal hongerig. Daarom is het een goede gewoonte van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie de bijdragen aan haar studiedagen achteraf te bundelen in een boek. Meer dan het beluisteren van een voordracht biedt het (her)lezen van een tekst immers mogelijkheden tot kritische reflectie.
Bij wijze van inleiding geven de redacteurs van het boek aan de hand van de indeling van Gutheil & Gabbard (1993) een overzicht van de grenzen waarmee een psychotherapeut te maken krijgt. Ze leggen de nadruk op de tegenoverdrachtelijke valkuilen. Om de therapeut hiertegen te beschermen introduceerde Freud de begrippen ‘neutraliteit’ en ‘abstinentie’. In een goed gedocumenteerd hoofdstuk schetst Van Tilburg het ontstaan en de ontwikkeling van deze twee begrippen bij Freud en in de periode na hem. Hij wijst op de evolutie van een orthodoxe opvatting van deze regels naar een meer soepele toepassing ervan. Abstinentie wordt dan het handhaven van een optimale balans tussen gratificatie en deprivatie; neutraliteit het vermogen van de therapeut om zijn tegenoverdrachtsgevoelens onder controle te houden en constructief te hanteren. De concrete invulling van beide is afhankelijk van twee opeenvolgende vragen: ‘Is de relatie veilig genoeg?’ en ‘Wordt het analytisch proces bevorderd?’. De laatste decennia is er een eerherstel van gedrag van therapeuten dat vroeger door psychoanalytici als taboe werd beschouwd: steungevende interventies, spontaan reageren, zelfonthulling en humor. In Grenzen aan psychotherapeutische mogelijkh