You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Symposium 1: Waarom toch zo lang en dan nog zo vaak? Over de plaats van de psychoanalyse
Dit is de titel van het tweede symposium georganiseerd door het Nederlands Psychoanalytisch Instituut (het eerste ging over de dood bij kinderen) op 17 januari 1997 te Amsterdam. In de inleiding stelde de directeur van het NPI, L. de Nobel, dat één van de motieven om een symposium te houden over de frequentie en duur van de psychoanalyse de behoefte is aan verantwoording en openheid naar de buitenwacht. Er werden vervolgens drie klinische referaten gehouden, alle drie schitterende beschrijvingen van moeilijke, langdurige, succesvolle psychoanalyses. De patiënten die in deze referaten werden beschreven, hadden alle drie toestemming verleend aan hun psychoanalyticus om over hun behandeling te rapporteren; een moedige beslissing en tevens een voor de Nederlandse psychoanalytische wereld vrij unieke situatie. De vierde voordracht was een poging de resultaten van de drie gepresenteerde analyses en de vraagstelling rond de indicatiestelling voor psychoanalyse in een breder theoretisch kader te plaatsen.
De eerste voordracht, Veelzeggend zwijgen, kreeg van de referent mevrouw A.T. Wippler- de Bruin (opleidingsanalytica) de ondertitel Spreken is zilver, zwijgen is goud. Zij beschreef de analyse van mevrouw X, een patiënte met een karakterneurose waarin het aandeel van het narcisme groot is en er sprake is van een chronische depersonalisatie. De analyse begint echter als een psychotherapie, daar patiënte bij de indicatie psychoanalyse te kennen geeft over een jaar een stage in het buitenland te zullen gaan lopen. De psychotherapie verloopt moeizaam met veel weerstand, in de vorm van volhardend zwijgen, waardoor patiënte haar woede en verzet kan beleven. Na terugkomst uit het buitenland komt patiënte terug bij haar analytica en kan de analyse starten. De analyse kenmerkt zich door vooral veel zwijgen, afgewisseld met snauwen, maar ook een groeiend vertrouwen waardoor verdriet over de vroege