You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Op dezelfde dag waarop het Tijdschrift voor Psychoanalyse haar symposium hield over discretie in wetenschappelijke publicaties, 27 september 1996, hield Harry Stroeken zijn inaugurele rede bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in de godsdienstpsychologie aan de Rijksuniversiteit Leiden. Bij dit relatief publieke ritueel waakt Stroeken zorgvuldig over de onherkenbaarheid van de casus van een depressieve man die hem inspireert bij zijn uiteenzetting over de relatie tussen psychoanalytische psychotherapie en zin. De hand van Stroeken is door de tekst heen echter zeer herkenbaar: we kennen zijn heldere schrijfstijl, zijn vermijden van hoogdravende theoretische beschouwingen. Ook deze thematiek wil hij concreet houden en niet losmaken van ‘het vaak bevredigende maar toch ook moeizame en weinig spectaculaire psychotherapeutische werk van alledag’ (p. 7). De auteur behandelt het onderwerp in twee luiken: enerzijds de vraag of psychotherapie zingevend is voor de patiënt, anderzijds of psychotherapie zelf als een levensbeschouwing opgevat kan worden. De eerste vraag krijgt een positief, de tweede een negatief antwoord. Laat me de kerngedachten van het betoog kort weergeven. Voor zover de beleving van zinloosheid te maken heeft met isolement en vervreemding en zinvolheid met contact, werkt psychotherapie - het contact met de psychotherapeut - zingevend, aldus Stroeken. Vanuit dit accent op psychotherapie als ‘corrective emotional experience’ is de expliciete vraag naar de zin ervan dan ook vaak overbodig: ze spreekt vanzelf, er wordt sowieso al aan gewerkt. Psychotherapie is geen plaats voor wijsgerige discussies over de zin van het leven. Zingeving in psychotherapie betreft steeds concrete engagementen die de patiënt (weer) aangaat, concrete betrokkenheden op iets of iemand. Zoals Freud reeds zei, gaat het om het vermogen tot liefhebben en werken. Zinbeleving is dan ook nauw verbonden met zin hebben in iets.
Beide betekenissen van zin komen bij depressie in