You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Namens een groep psychoanalytische kindertherapeuten formuleren we een aantal bedenkingen bij het verslag van de heer Verbruggen over de debatnamiddag Het einde van de psychoanalytische therapie, op 15 november 1996 naar aanleiding van tien jaar Vlaamse Vereniging voor Psychotherapie.
In zijn verslag spreekt de heer Verbruggen in een ‘post partum’ een oordeel uit over ‘het niveau van denken en ervaren’ van de kinderpsychotherapeuten dat volgens hem niet dat van de volwassenentherapeuten haalt. De heer Verbruggen gebruikt aldus zijn verslag voor oneigenlijke doeleinden en het Tijdschrift voor Psychoanalyse laat zich gebruiken als forum voor pamflettaire stemmingmakerij over één van haar doelgroepen.
Verbruggen schetst terecht dat er een verschil is in gedachtegoed en opleiding tussen de verschillende groepen psychoanalytici en psychoanalytische therapeuten. Maar, het op ongenuanceerde en polariserende wijze naar buiten brengen van deze verschillen - die overigens erkend worden als discussiepunten binnen de VVPT - geeft allerminst blijk van een bekommernis de dialoog daarover binnen de vereniging te willen bevorderen. Bovendien lijkt hij de ervaren verschillen slechts te kunnen begrijpen door het ‘andere, hem onbekende’ te devalueren en te kleineren, waarbij hij het hem vertrouwde - de eigen opleidingsachtergrond als volwassenentherapeut en psychoanalyticus - tot norm verheft.
De verschillen, die in Verbruggens betoog nogal zwart-wit gesteld worden, wensen we duidelijk te nuanceren tegen de achtergrond van de overeenkomsten tussen kinder- en volwassenentherapeuten.
In een eerste alinea schrijft de verslaggever dat ‘veel psychotherapeuten van de sectie volwassenen de ervaring hebben van een eigen analyse, van analyses onder supervisie en van seminaries gedurende jaren over analytische teksten’, waar ‘zeer weinig kindertherapeuten - er zijn uitzonderingen - op dat niveau van denken en ervaren zitten.’ Wat de eigen analytische ervaring betreft was er inderdaad vroeger een be