You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De psychoanalytische dienst van het Universitair Centrum St. Jozef te Kortenberg en de postgraduate specialisatie in de psychoanalytische psychotherapieën van de K.U. Leuven organiseerden een workshop met professor dr. G. Adler. In de programmafolder wordt professor Adler omschreven als één van de toonaangevende experts (samen met Kernberg, Masterson, Buie, Gunderson en Searles) op het vlak van de psychoanalytische behandeling van borderline patiënten. Professor Adler is verbonden aan de Harvard Medical School in Boston (USA) en is tevens voorzitter van de Boston Psychoanalytic Society and Institute. Hij publiceerde tot nog toe twee boeken en een veertigtal artikelen over de behandeling van borderline en narcistische patiënten.
De voormiddag handelde over de borderline persoonlijkheidsstoornis. In het werk van Adler rond de borderline pathologie nemen de concepten ‘aloneness’ en ‘abandonment’ een centrale plaats in (Adler 1979). In de behandeling van borderline patiënten komt men steeds op een punt waar zich duidelijk een gebrek aan ‘the capacity to be alone’ manifesteert. De patiënt heeft een paniekerig gevoel van innerlijke leegte, vreest het contact met de therapeut te verliezen en dreigt door woede op de therapeut overspoeld te worden. Adler legt hierbij de link met het werk van Piaget en Fraiberg over de sensori-motorische ontwikkeling van een objectconcept bij het kind. Een kind in fase IV van deze ontwikkeling (8-13 maanden) kan een object herkennen en ook gaan zoeken wanneer het verstopt is, maar niet het beeld ervan oproepen wanneer dit object langere tijd afwezig is; het beschikt over een ‘recognition memory’. Pas in fase VI (18 maanden) verwerft het kind een mentale voorstelling van het object als iets met een permanent bestaan. Het kind kan, met andere woorden, het beeld van het object oproepen ook al is het uit het perceptuele veld verdwenen; Fraiberg noemt dit het verwerven van een ‘evocative memory’.
In egopsychologische termen stelt Adler dat borderlin