You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Dit psychoanalytische leerboek is een zoveelste poging om het corpus van de psychoanalytische theorie en praktijk aan de geïnteresseerde lezer door te geven.
De Amerikaanse redacteuren Edward Nersessian en Richard Kopff hebben de ambitie om een beeld te geven van wat de psychoanalyse ‘tot dusver aan het licht gebracht heeft over de menselijke geest en de manier waarop deze werkt.’
Hun bedoeling is duidelijk en dubbel: enerzijds willen ze de basisleerstellingen van de psychoanalyse uiteenzetten terwijl ze ons anderzijds willen laten zien hoe een hedendaags psychoanalyticus denkt en werkt. Het blijkt dat zij hiermee vooral de Amerikaanse psychoanalyticus bedoelen.
Eén van de moeilijkheden om de psychoanalytische leer genuanceerd voor te stellen, hangt samen met de manier waarop de psychoanalytische ideeën in de loop van de jaren evolueerden. Freud was de grondlegger die gestalte gaf aan de basisideeën; Abraham, Fenichel, Hartmann en Brenner verfijnden deze. Hoewel ze hier en daar wijzigingen aanbrachten, bleven ze toch dicht tegen zijn algemene theorie aanleunen. Anderen, zoals de kleimanen en de aanhangers van de objectrelatietheorie, lokten met hun meer afwijkende visie discussies uit, maar uiteindelijk bleken deze te leiden naar een verrijking en werden heel wat van hun opvattingen in de psychoanalytische theorie opgenomen. In dit boek wordt veel aandacht geschonken aan deze geschiedenis en de evolutie van de psychoanalytische ideeën. Merkwaardig toch, hoe opvattingen die vroeger voor controversieel doorgingen na verloop van tijd in de vaste theoretische kern opgenomen werden. Andere theorieën zoals die van Wilhelm Reich over het karakterpantser en van Karl Abraham over het