You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In het Tijdschrift voor Psychoanalyse, 1997 (2), sloot Frans Schalkwijk zijn artikel Psychoanalyse en emoties: een aanzet tot discussie af met een uitnodiging tot een theoretische discussie (p. 83). Mijn beweegredenen om die uitnodiging aan te nemen zijn enerzijds waardering voor zijn aanzet, anderzijds onvrede over de vorm en de inhoud ervan.
Allereerst mijn waardering voor de poging het klinische werk met de meer algemene theorievorming te verbinden. Psychotherapeuten zijn waarnemers, deelnemers en potentiële doorgevers van feiten die als bouwstenen kunnen dienen voor theorieën over de psyche, haar ontwikkeling en de stagnatie of de ontsporing ervan. In de wisselwerking tussen de psychoanalytische praktijk en de theorievorming zijn de afgelopen eeuw belangrijke ontdekkingen gedaan, die hebben geleid tot uitbreiding en aanscherping van gedachtegoed en werkwijze van de psychoanalyse zoals we die nu kennen.
Mijn onvrede over het bovengenoemde artikel heeft te maken met inhoudelijke bezwaren, die tot de schijn van rommeligheid leiden. Mijns inziens ontbreekt een goede metatheorie, die de vraag naar een psychoanalytische emotietheorie in een meer algemeen kader plaatst. De auteur merkt terecht op, dat emoties complexe verschijnselen zijn, maar emoties maken deel uit van een nog complexer geheel, te weten de psyche. Door een betere inkadering van de vraag zou de te volgen discussie over emoties aan helderheid winnen. Overigens past deze stap in de traditie van Freud, die parallel aan de psychoanalytische praktijk antwoorden zocht voor meer algemene vragen over de psyche, haar ontwikkeling en haar normale en abnormale functioneren.
Omdat ik bekend ben met een in Nederland nagenoeg onbekend taalgebied en omdat ik vind dat een bijdrage uit een andere wetenschap een bevruchtende werking kan hebben op de psychoanalyse, wil ik een auteur daaruit voorstellen die een zinnige bijdrage aan een dergelijke metatheorie kan leveren, de Israëlische filosoof A. Ben-Ze'ev. Ik put uit zijn