You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De bezoeker is een toneelstuk van de opkomende Franse schrijver Eric-Emmanuel Schmitt. Zijn voorbeelden zijn Sartre, Beckett en Camus, maar in plaats van de visie dat de wereld absurd is, stelt de schrijver dat zij mysterieus is. In De bezoeker gebruikt de schrijver het tragische verhaal van de zieke Freud die in 1938 door de Gestapo gedwongen werd een verklaring te ondertekenen waarin stond dat hij goed was behandeld, alvorens hij uit Wenen mocht vertrekken. ‘Ik kan u de Gestapo van harte aanbevelen’, schreef Freud. In de ‘grap’ van Freud blijft zijn waardigheid behouden; hij is wel geestig maar echt komisch wordt het niet. In het toneelstuk wordt de toeschouwer heen en weer geslingerd tussen tragedie en komedie. De schrijver zegt hierover in een interview: ‘Wat de oude zieke Freud in Le Visiteur meemaakt met de Gestapo is tragisch, maar de mensen komen glimlachend de zaal uit.’
De tweede laag gaat over de dialoog tussen Freud en de bezoeker. Anna Freud wordt door de Gestapo meegenomen, zodat haar vader alleen en ziek in zijn werkkamer achterblijft. In een prachtige rol verschijnt dan Henk van Ulsen als een standbeeld in een dandy-achtige pose in de vensterbank.
De bezoeker vraagt een behandeling en Freud, goed gespeeld door Eric Schneider, wijst hem geïrriteerd op de gang van zaken bij aanmelding. De bezoeker laat zich echter niet wegsturen. Ten slotte vraagt Freud maar naar zijn naam, waarop de bezoeker zegt dat mensen zijn naam niet uitspreken. Freud wordt uitgedaagd maar slaagt niet voor dit examenvraagje. God, wiens naam niet wordt uitgesproken, is hier een vriendelijke plaaggeest die Freud te slim af wil zijn. Freud staat hier ook voor de intelligentsia van de twintigste eeuw die het naderend onheil, ondanks alle signalen, niet ziet aankomen. In die zin verschijnt God als een waarschuwende profeet, maar houdt die rol niet vol. Hij moet bedekte grappen maken om Freud uit te dagen, hij dreigt met weggaan en zegt: ‘Adieu’, waarop Freud paradoxaal zegt: ‘Nee, ga ni