You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie stelde in 1994 een werkgroep samen om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van een standaard voor indicatiestelling, behandeling en herbeoordeling bij depressie. In oktober 1997 publiceerde de Werkgroep ‘Consensus en protocollering psychotherapie bij depressie’ zijn eindrapport. De aanbevelingen van de commissie komen in grote lijnen op het volgende neer: de behandeling van depressie verloopt volgens een vastgelegd protocol, bestaande uit een gelimiteerd aantal zittingen en geënt op aangetoond werkzame principes uit de cognitieve gedragstherapie en interpersoonlijke psychotherapie. De diagnostiek van depressie verloopt via gestandaardiseerde meetinstrumenten volgens de criteria van de DSM-IV. Tijdens en na het behandelingsparcours wordt een aantal evaluatiemomenten ingebouwd.
Op de NVP-studiedag in 1995 werd de Richtlijnen, zoals het rapport in de wandelgangen wordt genoemd, aan de leden gepresenteerd voor een eerste discussieronde. De voorstellen werden door een aantal psychotherapeuten met groot enthousiasme ontvangen en de kritische geluiden waren opvallend schaars. Bij de aanwezige psychoanalytici heerste een sfeer van verbijstering en ongeloof, maar vooral van ‘het zal zo'n vaart wel niet lopen’.
Ruim twee jaar later kan worden vastgesteld dat de situatie er voor de psychotherapie en psychoanalyse bedreigender uitziet dan toen kon worden vermoed. Voorbeelden die dit illustreren zijn niet moeilijk te vinden. Op de RIAGG's zijn de psychotherapie en de psychoanalyse grotendeels verdwenen, de financiering van psychotherapeutische behandelingen, langer dan een tiental zittingen, wordt steeds gecompliceerder. Ook neemt het aantal plaatsen voor de opleiding tot psychotherapeut steeds verder af en zal over enkele jaren het beroep psychotherapeut niet meer in de Wet Beroepen Individuele Gezondheid opgenomen zijn. Belangrijke centra voor klinische psychotherapie worden gesloten zonder een inhoudelijke arg