You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Ditpubliekssymposium, dat op 8 november 1997 gehouden werd ter gelegenheid van het tachtigjarig bestaan van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse (NVPA) en het vijftigjarig bestaan van het Nederlands Psychoanalytisch Genootschap (NPG) werd bezocht door 334 deelnemers, waarvan 50 van het NPG en 117 van de NVPA.
NVPA en NPG hadden de organisatorische taken eerlijk verdeeld en in de woorden van welkom en afsluiting werd de samenwerking tussen de beide verenigingen benadrukt. Waarom werd aan Holman, vertegenwoordiger van de Ziektekostenverzekeraars Nederland, echter de eer gegund om dit symposium te openen? Zoveel goeds had hij ons immers nooit te melden en ook nu was dat niet het geval. Terloops maakte hij duidelijk dat RIAGG-directeuren binnenkort psychoanalyses niet meer hoeven te financieren uit een daarvoor geoormerkt budget, waarna hij ons aanspoorde om betere ambassadeurs te worden, hoewel de psychoanalyse altijd een omstreden behandelingsmethode zou blijven.
Owen Renik gaf in zijn voordracht Realism and psychoanalytic technique heel duidelijk zijn eigenzinnige visie op de plaats van realiteit in de psychoanalytische behandeling. Hij leek dan ook teleurgesteld toen de eerste vragensteller hem duidelijk maakte dat iedereen in de zaal het met zijn theorievorming eens zou zijn, alsof hij niets nieuws en controversieels had verteld. Voor Renik is realiteitstoetsing een essentieel onderdeel van zijn psychoanalytische techniek. De psychoanalytische situatie staat niet los van de werkelijkheid van alledag, maar biedt juist een gelegenheid par exellence om deze te onderzoeken.
Hij benadrukte de subjectiviteit van elke waarneming; de patiënt komt met zijn visie en de analyticus stelt deze vragenderwijs ter discussie opdat de patiënt onbewuste wensen en verwachtingen kan ontdekken. Veel psychoanalytici menen dat de vrije associatie en de overdracht belemmerd worden als aan de ‘externe’ realiteit aandacht besteed wordt. Visies op de analyse als ‘transitional’ of ‘playfu