You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het is niet verwonderlijk dat er reacties komen van psychoanalytici op de Richtlijnen voor de psychotherapeutische behandeling van depressie. De Werkgroep heeft het waarschijnlijk allemaal goed bedoeld. Het is belangrijk om samen te werken, om een consensus te zoeken of om te ijveren voor zo kort mogelijke therapieën. Maar ons komt toch het beeld van een supermarkt voor ogen, waar iedereen zo snel en zo goedkoop mogelijk bediend moet worden. Afgelopen met de speciaalzaak? Hoeveel komt de consument als mens nog aan bod? De mens, de depressieve mens, kan niet langer subject zijn in deze standaardmodellen, in deze supermarkten. Iets op maatgesnedens, zoals ook een therapie op maat, zal steeds zeldzamer worden. Aan ons om de psychotherapie, en haar afkomst, de psychoanalyse, niet te laten uitsterven of als antiquiteit in de kast te laten opbergen.
Dat de NVP of de overheid probeert vat op te krijgen op de strategie, op de methodiek en de evaluatie van een psychotherapie is op zich niet negatief. Ook in België wordt er de voorbije jaren nogal ophef gemaakt over kwaliteitszorg. Dit brengt rumoer en angst teweeg in de Centra Geestelijke Gezondheidszorg. De therapeuten zijn bang dat de zorgverstrekking aan kwaliteit zal inboeten. De NVP probeert de overheid voor te zijn. Ze wil geen richtlijnen van hogerhand opgedrongen krijgen. Ze vreest dat die te inperkend zouden zijn. Maar doet de Werkgroep hier niet net hetzelfde en doet hij zichzelf (en de anderen) de das niet om? Hans Reijzer (1997) heeft gelijk, de verzekeringsmaatschappijen zullen niet nalaten om