You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Waarde redactie,
In uw laatste nummer publiceerde u mijn reactie op het artikel van Nobus en Libbrecht over De Franse connectie - Een geschiedenis van de psychoanalyse in België. Deze reactie werd gevolgd door een antwoord van de auteurs. Het moet mij in dit verband toch van het hart dat een tijdschrift dat zichzelf wetenschappelijk noemt het zonder meer aan zichzelf verplicht is controleerbare onjuistheden te weren. Het ontgaat mij waarom de redactie klaarblijkelijk nagelaten heeft bedoeld artikel voldoende op historisch accuraatheid te (laten) controleren, dan wel bij lectuur van de tekst - zoals verder zal blijken - een aantal evidente drogredenen over het hoofd heeft gezien. Ik zal mij in wat volgt dan ook beperken tot twee punten (er zijn er andere) die mijns inziens onbetwistbaar zijn en mij tegelijk zover mogelijk houden van een polemiek met Nobus en Libbrecht over punten waar we het vermoedelijk toch nooit over eens zullen geraken.
In mijn reactie op bovenvermeld artikel schreef ik dat de bewering dat het Tijdschrift voor Filosofie tijdens de jaren zeventig op een tijdschrift voor lacaniaanse psychoanalyse geleek, geen hout snijdt. Er verscheen in die periode immers slechts één artikel over Lacan in dit tijdschrift. Nobus en Libbrecht blijven bij hun standpunt, want - zo schrijven ze - het ging hun helemaal niet om lacaniaans geïnspireerde artikelen, maar wel om de (psychoanalytische) affiliaties van de auteurs. Zo wordt hun claim wel helemaal problematisch. Niet alleen kan het hier hooguit om drie of vier auteurs gaan (Vergote, De Waelhens en IJsseling in de eerste helft van de jaren zeventig), maar bovendien impliceert deze redenering dat het voldoende is dat de auteurs lid zijn van een bepaalde psychoanalytische vereniging om een lacaniaans tijdschrift te hebben (dus ook wanneer deze auteurs andere dan psychoanalytische beroepsbezigheden hebben en bijvoorbeeld in een filosofisch tijdschrift over Heidegger of over Thomas van Aquino publiceren?). Ik begrijp n