You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De betekenis van de psychoanalyse is niet beperkt tot zichzelf maar blijkt ook in haar wisselwerking met andere velden van de maatschappij, zoals kunst en wetenschap. Een bijzondere plaats neemt daarbij de psychiatrie in. Bij oppervlakkige beschouwing is de psychoanalyse daar een onderdeel van, bij nader inzien lijken die twee niets met elkaar te maken te hebben en ten slotte dient zich de realiteit aan: de twee kunnen niet zonder elkaar, maar hebben ieder hun eigen plaats.
Hoe die samenhang gezien kan worden, is beschreven door Eric Kandel (1998). Hij wil het psychiatrische denken en de opleiding plaatsen in de context van de moderne biologie. Meer nadruk op de structuur en het functioneren van de hersenen en de genen en meer studie van de interactie tussen de sociale en biologische determinanten van gedrag. Als ik die zinnen opschrijf, kan ik me voorstellen dat lezers van dit tijdschrift beginnen te geeuwen. Tóch een uitnodiging: gaat u mee in zijn gedachten.
Kandel begint sterk. Volgens hem zien wetenschapshistorici na de Tweede Wereldoorlog twee bewegingen. Het vak medicijnen verandert van een manier van behandelen in een wetenschap gebaseerd op moleculaire biologie. Terzelfder tijd verandert de psychiatrie van een medische discipline in een manier van behandelen. Hij geeft nog als extra stukje geschiedenis hoe na de Tweede Wereldoorlog de psychoanalytische inzichten niet alleen werden toegepast op neuroses en op wat toen karakterneurosen werden genoemd, maar ook dienden als basisinstrumentarium om vrijwel alle geestesziekten te begrijpen. Ze werden ook gebruikt voor begrip en behandeling van een flink aantal lichamelijke aandoeningen waarvoor geen farmacologisch instrumentarium voorradig was. In de jaren zestig beleefde de dynamische psychotherapie haar hoogtepunt. Hij verhaalt hoe de psychoanalyse de psychiatrie verrijkte met haar concepten, maar dat dat ten koste ging van de experimentele geneeskunde en de biologie. Als een belangrijke oorzaak daarvan ziet hij