You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Bij lezing van het artikel van hoofdredacteur Reijzer (1998) viel mij nog maar eens op hoe verschillend in Noord en Zuid over analyse wordt gedacht en gesproken. Ook de analytische praktijk verschilt, zoals elke abonnee op dit tijdschrift kan vaststellen bij lezing van de verschillende casussen. Maar door de discretie waarmee patiënten worden omringd en door de onvermijdelijke reductie van een complexe geschiedenis tot een beknopte gevalsbespreking, is het moeilijk in te schatten hoe groot of hoe wezenlijk de verschillen zijn. Toch zijn het een paar opmerkelijke verschillen tussen de Nederlandse en de Belgische psychoanalyse (of toch tenminste zoals die door de Belgische School voor Psychoanalyse onderwezen wordt) die mijn aandacht trokken en waarop ik wat verder wil ingaan.
Reijzer schrijft dat hij ongemerkt deel is gaan uitmaken van een consensus: de idee van een continuüm, met aan de ene kant de analyse als behandelinstrument en aan de andere kant toedienen van medicatie, met een kort, steunend contact. Verderop heet het dat pillen en praten het psychiatrisch fundament zijn dat ook binnen de psychotherapie geaccepteerd aan het geraken is. Als vanzelfsprekend wordt de psychoanalyse hier als een onderdeel van de psychotherapie beschouwd, die op haar beurt zich veilig nestelt in de schoot van moeder psychiatrie. Met als gevolg dat over de psychoanalyse gedacht en gesproken wordt in medische metaforen: het is een ‘behandeling’ waartoe wordt besloten als, na zorgvuldige ‘anamnese’ en na het ‘testen’ van de ‘patiënt’, uit de aldus gewonnen ‘diagnose’ blijkt dat er een ‘indicatie’ is voor analyse. Als de analyse in essentie een medische behandeling is, is het dan verwonderlijk dat een patiënt die behandeling stopzet als blijkt dat een andere medische behandeling - de pillen - zoveel beter werkt? De psychoanalyse kan nooit beweren dat ze niets te maken heeft met psychotherapie of psychiatrie, en het spreken over de analyse in medische metaforen zal dan ook nooit helemaal