You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In de folder van de aankondiging van de studiedag van de NVPP Verdwijnend gezag, psychoanalytisch bekeken werd de symposiumbezoeker gelokt met twee interessante vragen: (1) is er sprake van verdwijnend gezag in de opvoeding en in de psychotherapeutische relatie en (2) leidt dit tot andersoortige intrapsychische processen waardoor er andere conflictoplossingen zijn ontstaan? Het programma zag er veelbelovend uit, met twee hoofdsprekers die in het ochtendprogramma de beantwoording van de eerste vraag over mogelijk verdwijnend gezag bij de moeder en de vader voor hun rekening zouden nemen. In het middagprogramma waren zes werkgroepen gepland waarin sprekers en deelnemers zich zouden gaan wijden aan beantwoording van de vraag over de psychotherapeutische relatie en de verhouding met verdwijnend gezag.
De actualiteit en de ernst van het onderwerp - die door de hoofdsprekers werden benadrukt door te wijzen op geweldsincidenten in 1998, zoals het doodschoppen van Meindert Tjoelker en de vernielingen in de Oosterparkbuurt in Groningen alsmede de gezagsconflicten van politici zoals die tussen minister Sorgdrager en meester Docters van Leeuwen - hadden er niet toe geleid dat er een grote opkomst was. De zaal was gevuld met ongeveer honderd collega's. Of dit nu betekent dat het onderwerp ‘gezag’ voor de beroepsgroep geen onderwerp van zorg is, of dat kinderen nog altijd als onbelangrijk worden gezien, of dat zo vlak voor de zomer iedereen al verzadigd was met symposia of uitgeput van het werken, is niet duidelijk geworden. De discussie, die voornamelijk tussen de organisatoren en de sprekers werd gevoerd deed vermoeden dat misschien het laatste aan de orde was, want aan de inhoud van de lezingen en werkgroepen en de wijze waarop ze gebracht werden kan het niet gelegen hebben.
De voorzitter van de NVPP, Wim Trijsburg,