You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Stavros Mentzos - psychiater en psychoanalyticus, emeritus hoogleraar - was van 1971 tot 1995 hoofd van de afdeling psychotherapie in de kliniek van de Johann Wolfgang Goethe Universiteit te Frankfurt. Hij heeft zich beziggehouden met thema's uit de klassieke psychoanalyse, maar in de laatste jaren toenemend met de psychodynamiek en de behandeling van psychotici. Hij heeft talrijke boeken op zijn naam staan.1
Zijn nieuwste boek is intussen vier jaar oud. Mentzos ontwikkelt hierin een psychodynamisch model, dat hij verbindt met de inzichten uit de biologische psychiatrie. Daaruit heeft hij een behandelingsconcept voor depressie afgeleid, dat geldig is voor zowel de lichtere alsook de zwaardere vormen.
Aan de basis van de gedachtegang ligt de theorie van het narcisme. Het narcistische evenwicht hangt af van een uitgebalanceerde verhouding tussen Ik-ideaal, superego en identificatie met het object. Gaat een van deze drie ‘zuilen’ (Mentzos spreekt van ‘driezuilenmodel’) wankelen, dan leidt dat tot een stoornis in het narcistische evenwicht. De reactie die daardoor in gang gezet wordt, beleven wij als depressie.
Men moet onderscheid maken tussen het depressieve gevoel en het lijden aan een depressie. Een reëel verlies van welke aard dan ook kan leiden tot een depressief gevoel, dat dan een informerende en motiverende functie heeft. Het gevoel van hopeloosheid en de verdwijnende vitaliteit moeten motiveren om de onverdraaglijke toestand op te heffen en kunnen dus bijdragen tot een positieve verandering. Dit mag echter niet verward worden met het depressieve syndroom.
Psychische en somatische vicieuze cirkels leiden uiteindelijk tot blokkering en stilstand. Dat het zover komt, hangt samen met een tevoren bestaande labiliteit en broosheid van het gevoel van eigenwaarde. Bij objectverlies komt het dan niet - zoals bij rouw - tot identificatie met het object, maar tot introjectie van een als zeer ambivalent beleefd object: conflict en tegenstrijdigheid worden ‘geïmporteerd’. Een