You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De lezers van dit tijdschrift kennen collega Paul Verhaeghe van zijn artikel Trauma en hysterie bij Freud en Lacan uit 1997, zo al niet van zijn boeken uit 1994 en 1996. Hij is klinisch psycholoog en psychoanalyticus, hoogleraar te Gent. De titel van het onderhavige, mooi uitgegeven boek is een verdichting van Gabriel Marquez’ Liefde in tijden van cholera en Honderd jaar eenzaamheid. De ondertitel verwijst voor een psychoanalyticus onmiddellijk naar Freuds Drei Abhandlungen zur Sexualtheorie .
Het zijn drie essays, maar bepaald geen gemakkelijke. Heel veel stof wordt in kort bestek behandeld en wellicht zou een uitgebouwde eerste verhandeling al voldoende gewicht hebben gehad voor een boek. Wie de auteur kent, begrijpt dat een grote eruditie blijkt uit het boek en dat Lacan er zijn stempel op heeft gedrukt.
Dit boek heeft in België een eclatant succes. Het stond geruime tijd in de toptien van de non-fictieboeken en binnen een half jaar was een vierde druk noodzakelijk. Het is naar mijn indruk niet slechts van toepassing op een specifiek Belgische situatie, al heet de in dit boek geciteerde auteur J. Vandenberg in Nederland J.H. van den Berg.
Eerst zal ik een korte samenvatting geven van de inhoud, daarna volgen een paar opmerkingen.
Verhandeling I; Het onmogelijke koppel begint met een stelling: ‘De man-vrouwverhouding wordt vandaag ervaren als zeer problematisch, en dat is dan nog zwak uitgedrukt’ (p. 11). ‘Waar het vroeger om seks ging, ligt het accent nu op veiligheid. Liefde is een remedie in tijden van eenzaamheid’ (p. 12). ‘Het basismodel van de liefde valt niet te zoeken in de man-vrouwverhouding maar wel in de relatie tussen moeder en kind’ (p. 44). ‘Als we iets zinnigs over de liefde willen zeggen, moeten we derhalve de primaire moeder-kindverhouding als studieobject nemen. (…) Er zijn drie algemene kenmerken: ten eerste, die liefdesverhouding is totaal en exclusief; ten tweede ze is vanaf het begin ten dode opgeschreven, de erfenis ervan is het tekort met het