You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Een belangstellende leek die een beeld wil krijgen van het verloop van een psychoanalytische therapie is in eerste instantie aangewezen op de casuïstiek in de vakbladen, geschreven vanuit het oogpunt van de therapeut, veelal alleen voor vakgenoten. Dat is dus niet de oplossing. Natuurlijk komen ook in romans, toneelstukken en films (Woody Allen!) allerlei scènes uit therapieën voor, maar hoe betrouwbaar zijn die eigenlijk? Bovendien geven ze slechts een fragmentarische indruk. Het liefst zou de geïnteresseerde ‘buitenstaander’ - zeker degene die overweegt zelf in analyse te gaan - dus een verslag willen lezen van iemand die zelf een analyse achter de rug heeft, maar zulke verslagen zijn - om redenen van verschillende aard - nogal schaars. In analytische kring worden ze bovendien met een zekere scepsis beoordeeld. Als de analyse werkelijk is geslaagd, zo luidt ongeveer de gangbare opinie, is er geen behoefte meer om er publiekelijk verslag over uit te brengen. Dit neemt niet weg dat er een legitieme belangstelling bestaat voor autobiografische weergaven van het therapeutische proces en dat de psychoanalyse gediend is met betrouwbare, genuanceerde en begrijpelijke informatie over haar werkwijze en behandelingsmethode. Toch zijn die verslagen nogal schaars. Te denken valt in dit verband aan het boek van Marie Cardinal, Les mots pour le dire , in het Nederlands vertaald en versehenen onder de titel Het moet eruit! , aan Tilmann Mosers Lehrjahre auf der Couch. Bruchstücke meiner Psychoanalyse of aan Helmut Junkers Nachanalyse. Ein autobiographisches Fragment .
Zulk een verslag is ook het in 1997 versehenen boek van een Duitse vrouw van middelbare leeftijd, die als haar pseudoniem Clara Lehben heeft gekozen, die in Frankfurt woont en aan de hand van een selectie uit haar dagboeknotities uit de periode van haar analyse ons een beeld van haar innerlijke veranderingsproces wil geven. In het voorwoord schrijft haar analytica, mevrouw N., over haar (alleszins begrijpelijke) aa