You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het boek Een bundel intense duisternis bevat zeven artikelen over aspecten van het denken van Bion van de hand van vijf Vlaamse auteurs: Cambien, Dehing, Thys, Van Bouwel en Vermote, en een inleiding van Marc Leysen. Zij zijn afkomstig uit de onder meer op Lacan georiënteerde Belgische School voor Psychoanalyse (Cambien, Thys en Van Bouwel), de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse (Vermote) en de Belgische School voor Jungiaanse Psychoanalyse (Dehing en Leysen). Alle auteurs, behalve Van Bouwel, zijn ook lid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie. Het boek is volgens de inleiding een neerslag van zeventien studiedagen, opgezet door de Belgische School voor Jungiaanse Psychoanalyse tussen 1995 en 1998. Zoals de inleider stelt: ‘Grondige studie van Bions gedachtegoed overstijgt blijkbaar het lidmaatschap van de ene of de andere vereniging.’
Het al vroeg in zijn werk verlaten van een toentertijd meer klassieke en structuralistische persoonlijkheidstheorie heeft Bion vreemde ‘bedgenoten’ opgeleverd: van humanistisch psychologen tot jungianen en mystici. Dehing gaat in op tegenstellingen en analogieën tussen Bion en Jung en de rol van ‘splitting’ bij de overgang van primordiale identiteit naar discriminerend bewustzijn. Thys bespreekt filosofische aspecten van Bions werk in verband met zijn ideeën over de psychose en de analyse als niet louter technisch-rationeel proces. Ook Cambien bespreekt Bion als een prineipieel ‘agnostiserende’ filosoof en maakt een vergelijking met de houding van de geneeskundige. Van Bouwel bespreekt Bions psychoseconeepten aan de hand van Blaise Pascals angst voor de leegte. Vermote gaat in op Bions coneeptuele matrix, de ‘grid’, en de cesuur die hij in Bions denken aantreft in de sprong van het analytische werk naar het ‘beyond the transformation in Knowledge’. Cambien geeft enkele gedachten over de geschiedenis van het concept ‘O’ (oorspronkelijk het object, later meer alles dat het Ik niet aan zichzelf ervaart, het niet-I