You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Als psychiater ben ik geneigd om aan de vraag ‘Heeft het leven zin?’, een pathologische betekenis toe te kennen. Is deze vraag de uitdrukking van een onderliggende depressie of is ze een uitspraak van iemand die zich innerlijk leeg voelt en deze leegte niet langer kan dragen? Betekent het een terugdeinzen voor de uitdagingen die het leven onvermijdelijk met zich meebrengt? Gaat het hier om een uiting van onproductieve en pseudofilosofische piekerdwang? Wie zich goed voelt, staat niet stil bij deze vraag. De psychoanalyticus luistert op een andere wijze dan de psychiater en zal wachten tot het verhaal de (overdrachts) betekenis van deze vraag duidelijk maakt. Hij let op het effect dat de patiënt met deze vraag teweegbrengt. Is ze een provocatie? Wil de patient ongerustheid wekken? De analyticus situeert deze vraag in het analytisch proces. Deze vraag komt tot ontwikkeling in het kader van een interactie tussen twee deelnemers met een eigen geschiedenis en een speeifieke psychische strueturering. De betekenis van deze vraag is gedetermineerd door de inhoud van de voorafgaande sessies en is op verschallende niveaus te begrijpen: het heden, het recente verleden, de vroegste kindertijd.
Heel wat patiënten presenteren als voornaamste klacht een gebrek aan zin of een gevoel van zinloosheid. Dit kan verwijzen naar verminderde levenslust of niet meer weten hoe vorm te geven aan deze levenslust. De patiënt hoopt in psychotherapie tegenstrijdigheden in gevoel en gedrag te verhelderen en ze in te passen in een meer coherente levensvisie. Psychotherapie stelt de cliënt in staat zijn levensverhaal tot een coherent, waarachtig en zinvol geheel te construeren. Volgens Stroeken kan men het psychotherapeutisch proces karakteriseren als een ‘prise de la parole’ waarbij men zegt wat men nooit eerder heeft gezegd. Het verlangen komt