You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Sinds het Amsterdamse Psychoanalytisch Instituut en het Psychoanalytisch Instituur Utrecht in december 1993 fuseerden en het Nederlands Psychoanalytisch Instituut werd opgericht, is het organiseren van jaarlijkse studiemiddagen een van de taken die dit nieuwe instituut zich heeft gesteld. Afwisselend worden deze middagen door de kinderafdeling en de volwassenenafdeling van het instituut verzorgd. De belangstelling is steeds groot en ook nu weer hadden zich meer deelnemers ingeschreven dan er in de Olofskapel, met een capaciteit van ruim driehonderd plaatsen, toegelaten konden worden. Kennelijk voorzien deze bijeenkomsten in een behoefte, misschien om in deze tijd, waarin alles snel en kort moet, toch nog te horen over het minutieuze en intieme werk van de psychoanalytische behandeling. Nu is een kenmerk van pubers en adolescenten dat zij hun geheimen koesteren en hun ontdekkingen liefst ver van ouders, leraren, therapeuten en andere goedbedoelende volwassenen doen. De sprekers op deze middag namen dan ook nog al eens hun toevlucht tot de literatuur, variërend van Salingers The Catcher in the Rye, Sue Townsends Adrian Mole en natuurlijk Thijssens Kees de Jongen, tot Eric de Kuyper en Lisette Lewin. Dagvoorzitter Christa Widlund-Broer droeg een gedieht van Eva Gerlach voor, ter inleiding op het thema. De eerste spreker, Jan Vandeputte, kinderpsychoanalyticus in Utrecht, sprak onder de titel Bevangen door een vaag verlangen over de overgang van latentiekind naar puber. De twaalfjarige voelt zijn paradijselijke wereld wankelen, aldus Vandeputte, die dit mooi illustreerde met de veranderingen in de pas van Kees de jongen: van de ‘zwembadpas’ in het begin naar een stevig marstempo aan het eind van het boek, ‘het gemoed vol van p