You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De aanleiding om het boek Ego's en echo's te gaan lezen, was voor mij de titel van het derde hoofdstuk, Over de moeilijke relatie van psychoanalytici met religieuze zingeving en geloof. Het was vooral uit gemakzucht en nieuwsgierigheid. Ik wilde weten hoe deze moeilijke relatie beschreven zou worden en hoopte dat goed uitgewerkt voorgeschoteld te krijgen.
Uleyn introduceert bijbelse figuren, als de barmhartige Samaritaan die zijn reis onderbrak om een zieke te helpen, terwijl de leviet (lees: een dogmatisch ingestelde priester) doorliep. Volgens de auteur zouden onze sociaal-economische wetgeving, onze rechtsorde en gezondheidszorg zonder het lichtend voorbeeld van de Samaritaan niet zo goed zijn als het nu geval is. Anderzijds zou men de paus de ‘moderne leviet’ kunnen noemen, die met zijn dogmatische verbod op het gebruik van voorbehoed-middelen mede debet is aan miljoenen slacht-offers zonder dat de op joodse, Griekse en christelijke principes gebaseerde westerse cultuur, voorzover ik weet, ook maar enig effectieve druk op de paus uitoefent om zich meer als de barmhartige Samaritaan op te stellen. De schrijver noemt de huidige levieten niet. Het is niet het doel van zijn boek, dat uitleg wil geven over de identiteit van het helpen.
Ten aanzien van de religie is de psychoanalytische beweging eveneens dogmatisch geweest, of is dat nog. Wanneer een patiënt nog gelovig was, lag dat aan een onopgelost vadercomplex. Vrije associaties om de innerlijke werkelijkheid te ontdekken waren kennelijk overbodig.
Uleyn geeft een historisch overzicht van de verschillende houdingen die analytici aangenomen hebben. In de pionierstijd was men én hevig geïnteresseerd in én vijandig ten opzichte van de religie. De representanten van de orthodoxe mainstream-analyse (de egopsychologie) negeren het probleem, maar met de opkomst