You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In dit boekje zijn de lezingen samengebracht van het Psychoanalytisch Symposium Utrecht van 1998.
Dit brengt met zich mee dat de inhoudelijke samenhang niet vanzelf verzekerd of vanzelfsprekend is, en dat het geheel niet ipso facto meer te vertellen heeft dan de som van de delen.
Toch ben ik hiernaar op zoek gegaan, en probeerde iets van een gemeenschappelijke visie te ontwaren die het geheel lijkt te dragen.
Troost lijkt bij uitstek de ‘gave’ te zijn die we vanaf onze vroege kindertijd voldoende ontvangen moeten hebben, om ons met het leven te kunnen verzoenen (met al zijn verlies, ontgoochelingen, trauma's, rouw…), om er iets creatiefs van te maken. We horen hier Klein, Winnicott, Kohut op de achtergrond. Hoop doet leven, via onze illusies. Ondertussen blijven we, als alles goed genoeg gaat, voldoende realistisch om het onderscheid te blijven maken tussen spel, verbeelding, illusie en zinsbegoocheling.
Als het echter niet goed genoeg gegaan is, maar integendeel te slecht om goed te zijn, verworden, fixeren illusies tot bittere ernst en noodzaak om te overleven.
Dit kan een ganse persoonlijkheid tekenen, vervormen, en ernstige persoonlijkheidspathologie tot gevolg hebben. Gans beschrijft in het voor mij meest aangrijpende artikel hoe hij zich als troostende ‘holding'figuur (Winnicott) met veel ‘alfa-functie’ (Bion) ter beschikking stelt van een psychotische patiënt, die hij probeert te helpen om zijn vijandigheid, maar ook zijn onderliggende rouw en separatieangst door te werken.
Gans legt ook de nadruk op het belang van de rouw om het verloren gegane zelfbeeld, zelfgevoel en toekomstbeeld bij ernstig gestoorde psychiatrische patiënten. Hij beklemtoont ten slotte dat voltooide rouwarbeid het creëren van