You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het kleiniaans-bioniaanse paradigma is niet alleen in Londen en in Zuid-Amerika een succes. Het scoort ook hoog in het Californië van de jaren negentig. James Grotstein, Thomas Ogden en de hier besproken Robert Caper zijn drie bekende en invloedrijke Californische psychoanalytische auteurs voor wie het kleiniaanse
denken een belangrijker referentiepunt is dan de egopsychologie en/of Kohut.
De verhouding met dit kleiniaanse denken is voor deze drie auteurs echter geheel verschillend. Van Ogden zou men kunnen zeggen dat hij het kleiniaanse paradigma slechts lippendienst bewijst. Ogden gelooft bijvoorbeeld in het funderend belang van de intersubjectieve ruimte. Daarmee zit hij op één lijn met onder meer Winnicott, en staat zijn visie, net als de winnicottiaanse, haaks op die van Klein. Precies zoals Winnicott erkent Ogden het geniale van het kleiniaanse perspectief om het vervolgens om te keren.
Grotstein, die onlangs in België een reeks lezingen gaf, onderschrijft volmondiger de kleiniaanse inzichten, waarin het individuele subject een funderende plaats krijgt toegekend in de creatie van de wereld. Het domein van de psychoanalyse is het intrapsychische en het intersubjectieve is slechts ondergeschikt daaraan. Hoewel Grotstein dus zegt het geheel eens te zijn met de kleiniaanse visie, aarzelt hij anderzijds niet eventueel incompatibele inzichten te gebruiken omwille van de klinische efficiëntie. Grotstein is een grote combinator, die Klein met Winnicott, Lacan, Kohut en Jung verweeft. Persoonlijk vind ik dit eclecticisme en eclecticisme houdt het gevaar in van omnipotente alwetendheid en vervaging van het denken. Anderzijds houdt orthodoxie het risico van star dogmatisme in en is het zeker verdedigbaar om op basis van pragmatische overwegingen therapeutische efficiëntie niet op te offeren aan theoretische zuiverheid.
En toch mag men in de praktijk niet te snel vrede nemen met een gemakzuchtig integrisme. Precies daarvan kan lectuur van Caper ons overtuigen. Hij is van h