You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In november 1998 beraadde de redactie van het Tijdschrift voor Psychoanalyse zich over het ook in haar kolommen markeren van de millenniumwisseling. Ze wist met zekerheid dat het jaar 2000 eraan kwam, maar wat dat zou betekenen was onbekend. Zouden we onze teksten nog kunnen lezen, zou de verwarming het nog doen, de ijskast, het licht en de waterleiding? Toen was het een reële vrees, nu zijn dat zorgen uit een vorige eeuw, iets vaags en irrationeels uit een ver verleden waarvan de reparatie miljarden heeft gekost. Natuurlijk vroeg de redactie zich ook af of de psychoanalyse het nog zou doen. Vooral in Nederland, waar de financiering ervan is gekoppeld aan allerlei subsidies, wordt de vraag naar de verhouding tussen kosten en baten steeds dringender gesteld. Zou de psychiatrie het kunnen stellen zonder de psychoanalyse of zou ze vastlopen in de trits protocollen, medicatie en cognitieve therapie zoals Vlietstra het later in een rondschrijven zou noemen? Hoe verhoudt de psychoanalyse zich tot het haar omringende en soms verwerpende veld? Waar is de band tussen psychoanalyse en psychiatrie gebleven? Heeft de alomtegenwoordige DSM-classificatie de psychoanalyse niet van haar geldigheid beroofd? Zijn we al aangekomen in het tijdperk van de ‘postanalytische psychiatrie’, waarnaar de analytisch opgeleide hoogleraar psychiatrie Gersons (2000) verwijst? Op 22 september zal hij een lezing houden met als titel Incest, verkrachting en Oedipuscomplex in het tijdperk van de postanalytische psychiatrie. De analyse is dood en leeft voort in haar begrippen, zou je denken voordat je de lezing gehoord hebt.
Ook internationaal beraadt de psychoanalyse zich op haar positie. Belangrijk daar is de tendens om analytische behandelingen van hun mythische inhoud te ontdoen. In het millenniumnummervan de Journal of the American Psychoanalytic Association maakt Reisner (1999) duidelijk in welke verwarring Freud zijn lezers heeft achtergelaten. Aan de ene kant was hij op zoek naar een allesomvat