You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De belangstelling voor het zeventiende PSU-symposium was minder groot dan in voorafgaande jaren. Door het grote aanbod van studiedagen lijkt én de spoeling dunner te worden én een symposiummoeheid te ontstaan.
Het was een interessante dag, waarin 's morgens ‘zien en gezien worden’ centraal stond als thema in de ontwikkeling, 's Middags werd een verband gelegd met behandeling en psychopathologie.
In zijn inleiding liet voorzitter J.H. Scheffer aan de hand van beelden van de Amerikaanse schilder Edward Hopper zien, hoe we wat een waarneembare kale werkelijkheid lijkt, onbewust een persoonlijke betekenis geven. Het zien zelf vormt en misvormt de realiteit. Zieners waren dan ook vaak blind, men kan ziende blind zijn en elke therapeut heeft zijn blinde vlekken.
De eerste lezing van mevrouw A. Watillon-Naveau, getiteld Kijk hoe groot ik word!, ging over het belang van het zien en gezien worden in de ontwikkeling van het kleine kind. In de theorieën betreffende de geboorte van het psychisch leven heeft een verschuiving plaatsgevonden van de visie dat de baby voornamelijk bepaald wordt door wat er zich in zijn interne wereld afspeelt naar een grotere betekenis van de intersubjectiviteit: de vroege moeder-kindinteractie. Uit resultaten van recent neurobiologisch onderzoek (Alan Schore) blijkt dat van alle zintuigen het zien de belangrijkste rol speelt. Kijken bevordert de inprenting en de afscheiding van neurohormonen die uiterst belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de hersenen. Rond de derde maand ontstaat bij de baby al een tijdsnotie en is de baby in staat transmodale verbindingen te leggen tussen de verschillende zintuigen. Het zien speelt een cruciale rol in het organiseren van de verschillende verbindingen.
Mevrouw Watillon lichtte dit verv