You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Wanneer ik hoopte door mijn bijdrage in het themanummer Psychoanalyse en Psychiatrie de karikatuur die in de psychoanalytische wereld over ‘evidence-based geneeskunde’ bestaat wat bij te sturen, dan ben ik daar, blijkens de reactie
van Cambien, jammerlijk in mislukt. De beschrijving van geneeskunde als ‘een pragmatische, op efficiëntie afgestemde, technische discipline, die de Wetenschap soms wat karikaturaal nabootst’ waarbij sprake is van ‘rectoscopen, gastroscopen en specula’ mag dan misschien grappig zijn, ze bevordert niet de broodnodige discussie. Hoezeer ik het ook op een aantal punten met Cambien eens ben - ook met zijn besluit dat het nodig is de zekerheden van de evidence-based benadering ter discussie te stellen - toch lijkt het water tussen hoe er in de (rest van) de medische wetenschap en de psychoanalyse gedacht wordt nog veel te diep. Mijn eerste bezwaar geldt dan ook de toon van deze reactie, die ik erg stellig vind. Daarbij vervangt die stellige toon nogal eens een echte argumentatie. ‘Als men als wetenschapper nadenkt over het psychoanalytische proces kan men Perrons radicale afwijzing van audio-opnames makkelijk begrijpen en zich erbij aansluiten.’ En: ‘Een onbevangen, aan geen autoriteit onderworpen, wetenschappelijke blik kan toch niet anders dan vraagtekens plaatsen bij het enthousiasme voor EBM. ‘ Een verwijzing (van Fonagy) naar de veronderstelde (financiële) motieven achter EBM vervangt dergelijke argumentatie evenmin. Er is sprake van ‘empiricisme’, en ‘lawaaierig geëiste blikvernauwing’. Wetenschap en Waarheid (Forrester heeft het over ‘truths’) worden met een hoofdletter geschreven maar evenmin gedefinieerd. Richard Smith, hoofdredacteur van het British Medical Journal, beschrijft de overstap naar evidence-based geneeskunde dan ook als het ‘afzien van het principe van zekerheid - met een bijna mystieke inspiratie - om zich aan te sluiten bij het principe van experimentele onzekerheid’.
Inhoudelijk wil ik slechts kort op enige punten van