You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Dat een Amerikaans analyticus de energie opbrengt om een heel boek te schrijven om zijn collega's ervan te overtuigen dat het belangrijk is het werk van Freud zelf grondig en minutieus te lezen, is op zich reeds merkwaardig te noemen. Met een wat missionair aandoende gedrevenheid wil Friedman vanuit Chicago aantonen ‘why we must continually make our way back to Freud’ (p. 20). Hij hoopt ‘that this book can serve as a corrective to the many serious misreadings of Freud's work’ (p. 186). Hij laat geen gelegenheid voorbijgaan om de vervormingen en misverstanden waarvan Freuds werk het slachtoffer was, ‘especially among American analysts’ (p. 45), aan de kaak te stellen. Hiermee lijkt de auteur zich aan te sluiten bij wat Freud zelf in zijn Selbstdarstellung zegt over de Amerikaanse verwatering van de psychoanalyse (Freud 1925, p. 64). Daarom hoeft de titel van deze recensie nog geen contradictio in terminis te zijn en moeten we ons niet laten af- of verleiden door Freuds eigen anti-Amerikaanse gevoelens (zie Gay 1989). De problemen die Friedman aan de orde stelt, zijn niet continentgebonden. Zijn ambitieuze opzet resulteert in een boeiend, rijk gevuld, maar ook moeilijk boek, waarin het klinische en epistemologische belang van de psychoanalyse als zodanig aan de orde komt. Friedman bespreekt Freuds denken hoofdzakelijk aan de hand van - naast tal van andere verwijzingen - drie van zijn belangrijke werken: het Entwurf , Zur Einführung des Narzissmus en Jenseits des Lustprinzips . Elk van de drie respectieve hoofdstukken is gebaseerd op vroegere publicaties (zie Friedman 1988, 1992a, 1992b en Friedman en Alexander 1983). Het is uitermate interessant om te zien hoe Friedman deze drie teksten met elkaar in verband brengt en er centrale constant