You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Psychoanalyse is mensenwerk en mensen kunnen zichzelf en elkaar flink in de weg zitten. Ook de psychoanalyse kan zich tegen zichzelf keren, bijvoorbeeld als analytici hun eigen positie niet willen weten. Deze weerstand van de analyse tegen de analyse kan afbreuk doen aan de kwaliteit van het klinisch werk, de ontwikkeling van het analytische gedachtegoed en het maatschappelijke aanzien van de psychoanalyse.
Geïnspireerd door het probleem van de weerstand van de psychoanalyse tegen zichzelf, organiseerde het Tijdschrift voor Psychoanalyse haar eerste publiekssymposium rond de vraag ‘Wat wil de psychoanalyse niet weten?’. Mede door de aankondiging in dit tijdschrift verwachtte ik dat de volgende deelvragen aan de orde zouden komen: wat wil de analyticus in zijn analytisch werk niet weten; wat willen de analytische verenigingen, instituten, stromingen niet van zichzelf en elkaar weten; van welke maatschappelijke ontwikkelingen wil de psychoanalyse niet weten, in het bijzonder als die haar zelf aangaan?
Een volle zaal van zo'n tweehonderdvijftig man wilde wel weten wat de analyse niet wil weten, en ook wat een viertal analytici daarover te vertellen had. Freud verloor in zijn zelfanalyse de ene na de andere illusie over zichzelf, maar hij was ook getroffen door de intellectuele schoonheid van het werk. Hoe diep zou vandaag de analyse in zichzelf laten kijken? Middagvoorzitter en hoofdredacteur dr. Hans Reijzer temperde de verwachtingen. Hoewel hij de nadruk legde op de gemarginaliseerde positie van de psychoanalyse, wees op de conclusie van de Gezondheidsraad dat er weinig bekend is over de doelmatigheid van langdurige therapie en constateerde dat het kraakt in analytische kringen, zou het géén zelfkastijding worden.
Zelfanalyse is een contradictio in terminis. De psychoanalytische ervaring leert dat je voor een analyse een ander nodig hebt. Helaas waren er geen niet-analytische sprekers. De rol van de ander was dus voor de zaal weggelegd.
De eerste spreker, dr. Jan Cambien