You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het symposium getiteld Intersubjectiviteit in de psychoanalytische praktijk - een nieuw paradigma? werd geopend door dr. Wim de Waal, voorzitter van het Beleidsorgaan Psychoanalytische Kern Noord-Brabant en Zeeland. Hij hield een pleidooi voor de indicatiemogelijkheid psychoanalyse vanuit de gedachte dat behandeling, mits juist geïndiceerd, zo kort als mogelijk moet duren maar zo lang als nodig. Annemarie de Wit, coördinator van de psychoanalytische kern, betoogde in haar inleiding dat de relatie psychoanalyticus-analysant niet die is tussen een gezond en een ziek persoon maar een interactie tussen twee persoonlijkheden. Ze stelde de hoofdvraag voor het symposium: is het uiten van tegenoverdrachtsgevoelens soms wenselijk en zo ja, is te voorspellen of zo'n tegenoverdrachtsenactment het proces bevordert of verstoort? Zij stelde daarbij het geweten van de analyticus centraal; de bewaking van de grens waar gebruik van overdracht/tegenoverdracht en ageren wordt overschreden en de analyticus de analytische situatie zou misbruiken ten behoeve van zichzelf.
Douwe Jongbloed, een van de hoofdsprekers, stelde dat in de ontwikkeling van de psychoanalytische techniek de laatste twee decennia het intersubjectieve aspect pregnanter naar voren komt. Van een eenrichtingverkeer in de vorm van het analyseren van de overdracht van de patiënt ten opzichte van de analyticus vindt een verschuiving plaats naar een tweerichtingmodel: analysant en analyticus zijn beiden actieve participanten in het proces, en de belevingswereld van de analyticus vormt een belangrijke informatiebron voor de intrapsychische problematiek van de patiënt. Selfdisclosure door de analyticus, op adequate wijze toegepast ten behoeve van het proces, speelt zijns inziens een belangrijke rol.
Hij illustreerde deze verschuiving aan de hand van een paar voorbeelden. Ook gaf hij tijdens deze boeiende lezing voorbeelden van goed getimede selfdisclosure.
Dr. Ton van Strien, kinder-/jeugdpsychiater en psychoanalyticus, sprak na