You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De auteur van Tegen de aanpassing begint zijn conclusie met de opmerking dat de lacaniaanse psychoanalyse tal van vragen oproept en dat ze controversieel is en blijft. Maar zelfs als we het niet altijd met Lacan eens zijn, zo stelt hij, zou het onverstandig zijn het lacaniaanse denken zonder meer af te wijzen of de rug toe te keren. Van Haute schreef een zeer verstandig boek en wel om de dubbele reden dat hij enerzijds welwillend, grondig en uitvoerig Lacans denken onderzoekt en anderzijds daarbij kritiek en goedgerichte vragen niet uit de weg gaat. Philippe Van Haute (zie ook Van Haute 1990) koos voor dit onderzoek een bijzonder geslaagde formule: door een cruciale tekst van Lacan op de voet te volgen en te becommentariëren kan de lezer rechtstreeks en op grondige wijze kennismaken met Lacans werk zelf en wordt hij tegelijkertijd ingeleid in de globale strekking van de lacaniaanse psychoanalyse. Daardoor heeft het voorliggende boek een bijkomende troef in vergelijking met andere, meer algemene inleidingen op Lacan (zie bv. Mooij 1975, Verhaeghe 1987, Schokker en Schokker 2000). De tekst van Lacan die Van Haute van commentaar voorziet, Subversion du sujet et dialectique du désir dans l'inconscient fieudien (Lacan 1966), is immers een scharniertekst die zowel naar vroegere als naar latere lacaniaanse concepten verwijst. Bovendien introduceert Lacan er zijn ‘graphe van het verlangen’ (grafische voorstelling van de structuur van het subject). Van Haute volgt de opeenvolgende stappen waarmee Lacan dit subject van het verlangen vorm geeft en wil met zijn eigen overwegingen aantonen dat het lacaniaanse vertoog geen monolitisch systeem is dat alleen te nemen of te laten is.
Het boek doorloopt bijna het hele lacaniaanse spectrum, gaande van het louter behoeftige pre-subject, via de castratie, de metafoor van de Naam-van-de-Vader en de fallus, tot de roep van het onbegrensde genot (jouissance). Dat Lacan een prominente plaats toekent aan de taal, is ondertussen bekend, ook