You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Geef toe, een titel die tot de verbeelding spreekt. Ik reed dus vol verwachting naar wat ik hoopte dat een passionerende dag zou worden; een beetje feest.
Na de inleiding van Nicole Vliegen, die vaststelde dat ook andere initiatiefnemers in het voorbije jaar het thema ‘liefde en passie’ eer aandeden, lieten vier sprekers, met zeer uiteenlopende lezingen, ons hart al dan niet sneller kloppen. Mark Kinet nam ons in No Thing but the real Thing meteen mee op de vleugels van zijn met poëzie en humor doorspekte discours naar de hoogten van een goed gestructureerde uiteenzetting. Vertrekkend bij het Woord van de dichter komen we bij Lacans uitspraak over het Woord als de moord op het ding, das Ding. Das Ding, of het kleine ding, l'objet petit a, voor Kinet mag het ook kleine x zijn. De kleine onbekende die we kwijt zijn, en die de motor van ons verlangen is, menen we in de ander te ontwaren op wie we verliefd worden. Wanneer de verliefdheid botst op een obstakel (een zinkende Titanic bv.), laait ze op tot een vurige en verzengende passie, leidend tot een Ik-loos genot op de rand van de zelfdestructie. Dit ‘dionysische’ genot, de symbiotische en ophitsende jouissance, plaatst hij tegenover het ‘apollinisch’ genieten, dat ontspant maar naar meer vraagt en zo het verlangen zowel intact laat als in stand houdt (in plaats van het op te branden). Edoch, we zijn of worden wellicht nooit zozeer onszelf, als wanneer we onszelf durven los te laten om ons, weliswaar tijdelijk, aan de jouissance van de passie over te geven.