You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Freud werkt in de periode 1892-1915 twee betekenislijnen van het ambivalentieconcept uit: enerzijds een welomschreven ambivalentieconcept, dat verwijst naar oedipale conflicten tussen liefde- en haatgevoelens en de neurotische gestalten ervan, en anderzijds een meer algemeen ambivalentieconcept, dat handelt over allerlei tegenstellingenparen - vooral actief-passief - die de preoedipale ontwikkeling kenmerken.