You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De derde studiedag, op 4 december 2001, van de Belgische School voor Psychoanalyse was gericht op een publiek van welwillend geïnteresseerde vakmensen, zowel analytici als niet-analytici. Jan Cambien, voorzitter van de Belgische School, stelde dan ook dat de psychoanalyse uit haar ivoren toren moet dalen, zich uit haar splendid isolation bevrijden en in dialoog treden met vakbroeders en maatschappij. Hij opende met volgende vragen:
‘Heb ik gesproken? Werd ik gesproken? Kan men woorden begrijpen, kan men taal begrijpen? Schizofrene taal, gedeconstrueerde taal? Debris-taal? Spreken betekenaars? Bevatten ze een decodeerbare boodschap?’
Deze dialoog vond plaats in de Romaanse Poort te Leuven, waarbij het huidige restauratiewerk, wellicht een beetje afgestoft, onaangeroerd bleef als teken van het onderwerp. Ook de camera aan de ingang met de twee videoschermen links en rechts van de sprekers, waardoor we de voorbijgangers op straat konden bekijken, zou ons eventueel in de juiste psychotische stemming brengen, hoopte onze dagvoorzitter Jo Smet, klinisch psycholoog-psychoanalyticus.
De spits werd afgebeten door Jos Corveleyn, psychoanalyticus en hoogleraar psychologie. Hij vertrok vanuit de ziektegeschiedenis Getekend: een man alleen in een vreemde wereld van John Nash, die van zijn dertigste tot zijn zestigste de vitale band met de realiteit kwijt was en op zijn zestigste zijn wetenschappelijk onderzoek weer opnam. Jos Corveleyn vertelde hierop over het onder zijn leiding staande project om Freud te herlezen vanuit de problematiek van de psychose,