You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De titel Tussen God en gekte markeert heel precies de positie waarin men verkeert als men zich afvraagt hoe de werelden van het geloven en van de psychose zich tot elkaar verhouden. De subtitel Een studie over zekerheid en symbolisering in psychose en geloven vermeldt twee thema's die belangrijk zijn voor zowel de psychoticus als de gelovige. Het thema ‘zekerheid’ gaat globaal genomen over de gevoels- of affectieve component en het thema ‘symbolisering’ over de cognitieve component van de verhouding tot de (geloofs)realiteit. Het vermogen tot symboliseren is het resultaat van een ontwikkelingsproces. Soms faalt dit, zoals in het geval van concretismen bij de psychoticus en wanneer het metaforische karakter van geloofsvoorstellingen teloorgaat bij een gelovige die deze te letterlijk neemt. Samengevat luidt de onderzoeksvraag (p. 2): ‘Wat leert de bestudering van de psychose ons over de realiteit van het geloven?’ Beantwoording van deze vraag is essentieel voor het pastorale contact met psychotici, het voornaamste interessegebied van de auteur. Omdat zowel een waan als geloof gaat over ‘een zeker weten omtrent de dingen die men niet ziet’ is de verhouding tot de realiteit - gezien het feit dat deze niet voor een derde controleerbaar is - een cruciaal probleem. De psychoticus is er stellig van overtuigd dat zijn waaninhouden voor hem betekenis hebben. Voor de gelovige geldt hetzelfde met betrekking tot zijn geloofsvoorstellingen. Wat zijn dan nog de verschillen?
In de eerste 26 pagina's van het boek wordt begonnen met de beschrijving van een verlosserswaan. Daarna wordt een kort resumé gegeven van psychiatrische opvattingen over de psychose. De auteur acht de psychiatrische benaderingen te mager. Hij wil zich niet beperken tot de symptomatologie van de psychose