You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Gedurende acht jaar hoofdredacteurschap van het Tijdschrift voor Psychoanalyse is er één vraag altijd op de achtergrond aanwezig gebleven: hoe gaat het met de psychoanalyse en kun je daar als redactie enige invloed op uitoefenen? De fantasie is dat het laatste het geval is; dat je een echte bijdrage levert door te helpen aan de uitbreiding van kennis en precisie van argumentatie en aan de verheldering en verbetering van praktisch handelen. De werkelijkheid is bescheidener. Zowel conceptueel, onderzoeksmatig als maatschappelijk blijft de toestand zorgelijk en daar heeft dit tijdschrift niet veel aan veranderd. De troost moet gezocht worden in de fameuze vleugelslag van de vlinder uit Brazilië, die een tornado in Texas zou kunnen veroorzaken.1 Binnen het Tijdschrift is het gelukt ons in goede samenwerking wetenschappelijk te bewegen, vastgeklonken als we zijn aan de verschillende psychoanalytische verenigingen en instituten die de lage landen hebben voortgebracht en toch los daarvan. Ik denk dat we in deze vrije geborgenheid tot een aantal stukken hebben kunnen inspireren die de moeite van het lezen waard zijn.
De zorg voor en om de psychoanalytische gemeenschap is wereldwijd. De diagnoses beginnen rond te zingen in eindeloze herhaling. Altijd weer de klassieke ‘weerstand tegen de psychoanalyse’ als ontdekker van ongewenste strevingen binnen de mens zelf, waarnaar in Freuds Gesammelte Werke een twaalftal verwijzingen zijn. De psychoanalyse is ook lastig te plaatsen als vak dat zich bezighoudt met manifestaties van het onbewuste psychisch functioneren, terwijl andere wetenschappen vooral gebruikmaken van secundair-procesdenken. Kernberg (1996, 2002) ziet vooral het probleem in het autoritaire van de opleiding, de gedachte dat je mag denken wat je wilt als je maar het goede denkt. Merkwaardig vind ik de heilsverwachting die hij koestert van de mogelijkheden van de samenwerking tussen de psychoanalyse en de neurowetenschappen waaronder hij cognitieve psychologie, affectth