You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Freuds studies over literaire werken hebben lange tijd als model voor het psychoanalytisch interpreteren van literatuur gediend. Zijn behandeling van literatuur was echter vooral bedoeld om te laten zien hoe zijn nieuw verworven inzichten bevestigd worden door wat literaire personages zeggen en doen. Freuds gezag had tot gevolg dat literatuurinterpretaties door psychoanalytici uit zijn school vaak een wat doctrinaire en dogmatische indruk maakten en een neiging tot het diagnosticeren van stoornissen of complexen bij de auteur of bij diens personages vertoonden. Geen wonder dat deze benadering bij schrijvers en lezers, maar ook bij de literatuurwetenschap zoveel weerstand opriep! Daaruit sprak niet alleen de gebruikelijke scepsis jegens de psychoanalyse en haar toepassingen, maar ook de teleurstelling over de irrelevantie van het beweerde voor de eigen leeservaring. Het hoofdbezwaar tegen deze nog altijd gangbare vorm van literatuurbeschouwing in psychoanalytisch perspectief is dat daarbij sprake is van een toepassing van de analytische theorie in plaats van een toepassing van haar methode. Die benadering is meer gemodelleerd naar de diagnose dan naar de dialoog. Door Hamlet als hystericus te classificeren vestigde Freud zelf een traditie van medicinalisering van de literatuurbeschouwing en van pathologisering van de literatuur. En laten we niet vergeten dat ook een vakkundige psychoanalytische interpretatie van een kunstwerk in dienst van de afweer kan staan. Een intellectualiserende tekstexplicatie kan heel goed een oorspronkelijke irritatie negeren of ontkennen, een irritatie die via tegenoverdrachtanalyse nu juist de sleutel tot de latente betekenis kan