You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Er is een steeds toenemende vraag naar korte, psychoanalytisch georiënteerde psychotherapieën, waarvan de effectiviteit empirisch aangetoond kan worden. Die vraag gaat niet alleen uit van het brede publiek maar ook van zorgverzekeraars, beleidsverantwoordelijken in de geestelijke gezondheidszorg en van andere psychotherapierichtingen waarover onderzoek wordt gedaan aan de psychologische faculteiten van onze universiteiten. Men zou veronderstellen dat de ontwikkeling van de korte psychodynamische therapie vooral door deze factoren is ingegeven. Berk vertrekt evenwel van een ander uitgangspunt. De ontwikkeling van de kortdurende psychodynamische psychotherapieën is in de eerste plaats te begrijpen als een reactie tegen de verstarrende invloed van bepaalde, al te dogmatische Amerikaanse psychoanalytische instituten. Een andere factor was de vroegere denigrerende houding ten opzichte van het werk van Ferenczi (onder invloed van Jones).
Berk bespreekt in zijn boek tien stromingen. In de opbouw van zijn boek neemt hij de geschiedenis van de korte therapie als leidraad. De fundamenten ervan werden gelegd tussen 1910 en 1930. Dan volgt een bespreking van het werk van de voorlopers (Ferenczi, Rank, Alexander) met hierop aansluitend een overzicht van de kortetermijntherapeuten van de eerste generatie (Balint, Malan, Sifneos, Davanloo, Mann) die omstreeks de jaren 1960 het meest actief waren. Vervolgens worden de moderne varianten (McCullough, Alpert en Fosha, Gilliéron) en het werk van de onderzoekers van psychotherapieprocessen (Penn-, Vanderbilt-, Mount Ziongroep) kritisch besproken. Het laatste deel van het boek behandelt onderwerpen die relevant zijn voor de praktijk, zoals indicatiestelling, het onderscheid intake-, contract-eigenlijke therapiefase, werkrelatie, dynamische focus, de invloed van de attitude en de visie van de therapeut en andere technische kwesties.
We vinden geen concrete therapiebeschrijvingen noch een systematisch overzicht van effectiviteitsonderzoek (d