You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In Das Interesse an der Psychoanalyse gaat Freud uitvoerig in op het belang van de psychoanalyse voor andere wetenschapsdomeinen.
Hij vermeldt onder andere de linguïstiek, de biologie, de kunstwetenschap, de genetica en de sociologie. Maar de filosofen, meent Freud, zijn wellicht nog het meest gebaat bij zijn theorie, al vond hij van zichzelf dat hij tot filosoferen niet in staat was.
Hoe dan ook, de psychoanalyse blijft een bron van inspiratie voor vele filosofen. Daarvan getuigt een levendige traditie van filosofisch onderzoek in België en Nederland, onder andere aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte te Leuven en de Faculteit der Filosofie van de Katholieke Universiteit Nijmegen.
Enkele jaren geleden hebben deze beide faculteiten een samenwerkingsverband opgericht, het Onderzoekscentrum voor Psychoanalyse en Wijsgerige Antropologie, onder leiding van Philippe Van Haute (KU Nijmegen) en Paul Moyaert (KU Leuven). Het centrum organiseert jaarlijks een aantal studiedagen en tweejaarlijks een internationaal congres, waarvan op 14 en 15 februari jongstleden de vierde editie plaatsvond in Leuven. De rode draad van het symposium was het fenomenologisch en psychoanalytisch onderzoeken van de grondslagen, de eigenheid en de reikwijdte van de verbeelding en het fantasieleven.
Roland Breeur benaderde de verbeelding uitdrukkelijk vanuit fenomenologisch filosofisch oogpunt, en meer bepaald vanuit een bespreking van Jean-Paul Sartres L'imaginaire: psychologie phénoménologique de l'imagination . De verbeelding, zo meent Sartre, is geen reproductie of representatie, zoals de waarneming, maar wel een productie of presentatie: het is een ‘magisch’ oproepen van een radicale afwezigheid. Het verschil tussen waarnemen en verbeelden betreft echter niet alleen de act, maar ook het object. Het object van de verbeelding is een néant: het heeft niet de individualiteit, exterioriteit en particulariteit van een reëel object. Ten slotte verschillen ook de passies die met deze respectievelijke